Ondernemend Rijswijk

De historie van ondernemend Rijswijk door Jan Nieuwenhuizen.

Rijswijk is van oudsher overspoeld geweest met neringdoenden. De winkeltjes verrezen als paddestoelen uit de grond.

Bouwen deed men niet, verkocht werd vanuit een keukentje, woon- of slaapkamer. Op het Rijswijks Dijkje zat Kees van der Pol. Hij verkocht kruidenierswaren aan huis en vanuit zijn wagentje langs de deur. Te Uitwijk zette hij later zijn winkelbedrijf voort. Daar reed hij met zijn wagentje en paard in de sloot. Áls ik dat geweten had, was ik vanmorgen niet van huis gegaan’, zei Kees. Tonia Smits had later ook plannen om op het Dijkje te Rijswijk te beginnen. ‘Bier verkopen zou hier best gaan, de buurvrouw heeft erom gevraagd en ikzelf heb er ook om gevraagd’, zei Tonia. Op het Dijkje zat vroeger ook Hendrik van Wijngaarden nog. Hij reed met een wagentje met potten, pannen en aardewerk door het dorp. Hij verkocht en ruilde tegen vodden. Aan de Nol hebben we Anna van Zon gekend. Zij had in haar huisje een winkeltje in kruidenierswaren. Het huisje is nog precies zoals vroeger. Amy van Beem woont erin. Later hebben we aan de Nol ook Jet van den Oever met een winkeltje meegemaakt. Snoep- en suikerwaren van beste kwaliteit waren in het winkeltje te koop. Te Rijswijk rond de hervormde kerk was het helemaal raak wat daar te vinden was. Twee ambachtelijke bakkers, die brood, gebak en kruidenierswaren verkochten troffen we in die buurt aan. Iedereen weet nog wel wat te vertellen over de bakkerij van Teunis Jan van Heukelum. Dirk kwam met brood elke dag langs de deur. Verder was aan de Stoep tegenover de kerk de bakkerij van Hendrik Schouten. Hij verkocht eveneens alles uit de bakkerij en in de winkel kruidenierswaren. Elke dag kwam Hendrik of zijn knecht met paard en wagen langs de deur. Drikus van Rijswijk uit Andel was vele jaren een bekende figuur met de broodwagen. Vrouw Pullen-Elshout zette later de kruidenierswinkel van haar moeder Pietje Boom voort. Ook tegenover de kerk aan de dijk. Toon Bos had zijn winkel in de oude school naast de kerk. De families Van Vugt en Besselink woonden thans in het huis. Bos reed ook met paard en wagen door het dorp en daar buiten. Ook met kruidenierswaren. Onderaan de Stoep begon Adri Swart met een rijwielhandel. Die hadden we overigens al aan het boveneind van Rijswijk. Daar zat Aart van Andel, die later naar de Wielstraat in het huis van zijn vader verder ging. In het huis aan het boveneind vestigde zich Dirk Koster uit Enschede als schoenmaker. Na het vertrek van Koster ging schoenmaker Vos uit Sprang-Capelle daar verder. Swart breidde zijn rijwielzaak al gauw uit met een handel in huishoudelijke artikelen. Adrianus Mooy zette aan de Maasdijk in de buurt van de toenmalige oude hervormde pastorie een winkel in textiel op. Een paar jaar later verhuisde hij naar een pand vlak naast de pastorie. In zijn eerste vestiging begon Cornelis Chardon uit de Haarlemmermeer een winkel in potten, pannen en aarde werk. Mooy en Chardon reden beiden met paard en wagen uit om hun koopwaar de slijten. Gas kende met in Rijswijk in die tijd niet en elektrische kachels bestonden niet. Kolen verkocht Jan Smits op het Dijkje en voor petroleum kon met terecht bij Jan van Dijk in de tegenwoordige Slagboomstraat en bij Gerrit Schmidt in de Dorpsstraat. De brandstoffen werden ook netjes in het dorp uitgeleverd. De service was optimaal in die tijd. Voor melk ging iedereen naar de boer. Naast petroleum verkocht Jan van Dijk ook kruidenierswaren. Hij reed met een petroleumwagen en met een kruidenierswagen door het dorp. Op allerlei gebied was er in Rijswijk meer dan voldoende. Hendrik van Zon begon op de Hoefselaan een smederij. Hij besloeg paarden en was kachelsmid. Voor alle smeedwerk kon men bij Van Zon terecht. Zijn vader was aan de Maasdijk jaren postkantoorhouder en brievenbesteller. Tegenwoordig probeert men alles op één centraal punt te concentreren. Vroeger was alles over het gehele dorp verspreid. Parkeerproblemen kende men niet. Bovendien kwam iedereen te voet en niet per auto. Aan de lange rij van winkeltjes kunnen we de kruidenierswinkel van Neeltje de Rade-Elshout aan de Maasdijk nog toevoegen. Bovendien konden de buren voor azijn en mosterd terecht bij Bientje de Rade-Kant in de tegenwoordige Wielstraat. Mosterd werd door haar ambachtelijk bereid. Het mosterdzaad werd door haar in een schaal met een kogel tot mosterd gemalen. De vrouwen konden voor het wassen en strijken van hun plooimuts naar Pietje Westerlaken- Van Tilburg aan de Onderwerg.Rijswijk was overbedeeld met neringdoenden. Er waren er misschien nog meer dan hier worden genoemd. Mensen woonden er maar tussen de vijf- en zeshonderd en geld was er weinig. En dan kwamen er nog tal van winkeliers hun koopwaar aanbieden, die ergens anders een winkel hadden. Voor een borrel heeft men lange tijd terecht gekund bij Pieter Nieuwenhuizen in de herberg De Zwaan tegenover de hervormde kerk en bij Nardus Smulders aan de Maasdijk op de grens van Rijswijk en Giessen.

Een timmerman en een metselaar was er in Rijswijk natuurlijk ook. Pieter Bos had een timmerwinkel in het huis aan de Maasdijk, waarin nu de familie Koek woont en Kees van Herpen begon later in de Slagboomstraat. Nardus Smulders uit het café was metselaar en later hadden we in Rijswijk Toon van Zon. Verven deden de mensen zelf. Het is een bonte opsomming geworden met hier en daar gaten, die opgevuld moeten worden. Er was natuurlijk nog veel meer, maar er mag na zoveel jaren nog best wat vergeten worden. In elk geval bestond er vroeger in Rijswijk een levendige handel in van alles en nog wat. Daar kan men tegenwoordig aan tippen. Marinus Verhagen, die op het Dijkje aan de Duizendmorgen woonde, ventte in Rijswijk met koffie en thee. Een houten kist had hij voor op zijn fiets. Hendrik van Sintmaartensdijk was bij Kees en Klara Kant tegenover De Branderij in huis. Hij kwam langs de deur met sajet in een reiszak. Voor de kinderen bracht hij kleine pepermuntjes mee. Nu de branderij genoemd wordt, moet vermeld worden dat daar vroeger een brandewijnstokerij was. Leen Bruins heeft daar gewerkt en daarom werd hij ‘Leen den Brander’genoemd.

De branderij was eigendom van de eigenaar van ’t Slot. Het huis van de familie Westerlaken stond er toen natuurlijk niet. De branderij stond verder naar het midden van het perceel grond op een terp. De terp is later afgegraven. Hoepmakerijen waren er vroeger in Rijswijk twee. Aan de Dorpswiel zaten langs de dijk Aart Kant en Pieter IJsbrand de Joode. De hoepen stonden in stapels langs de Maasdijk om verder vervoerd te worden. Jan Lievaart het een klompenmakerij in de Wielstraat. In het schuurtje maakte hij klompen en in het achterhuis van het woonhuis stonden de klompen op schappen langs de muur uitgestald. De verkoop gebeurde daar. De huizen in Rijswijk waren met riet gedekt. Johannes en Aart van Andel waren rietdekker. Zij hadden hun bedrijf ook in de Wielstraat. Leen Lievaart, die aan de buitenkant van de dijk aan de kade woonde, breide manden. De aardappels werden op het land gerooid in manden van een kwart mud. Zijn zoon Jacob Lievaart aan de Dorpswiel breide later op bestelling ook manden. Als op de dorpswiel geschaatst werd stond Jaap daar met een tent en verkocht larie. Larie was chocolademelk met als hoofdbestanddeel water. In Rijswijk was in alle behoeften voorzien. Epeditiebedrijven waren er ook. Voor een vrachtje kon men naar Bas Smits op het Dijkje en naar Kees Piek in de Dorpsstraat. Het vervoer gebeurde met paard en wagen. Chardon keerde later terug naar de Haarlemmermeer. Zijn paard was dood, getroffen door de bliksem. Het perceeltje weiland aan de Maasdijk verkocht hij aan Aart van Andel. Het taxibedrijf van Arie van Helden is daar nu gevestigd. Alex Bron en Teus van Heukelum begonnen samen met taxivervoer. Uit deze bezigheid is het autobedrijf van de familie Bron voortgekomen.

De bakkerij van Van Heukelum werd vroeger gebouwd door bakker De Jong. Bakker De Jong zat met zijn bakkerij in het huis, dat Johan Bron later als boerderij gebruikte. De familie Bron noemde de keuken in het huis altijd nog ‘de bakkerij’. Op het ogenblik woont de familie Van Staden in het huis.

Voor de bevoorrading van de winkels is van grote betekenis geweest de aanlegplaats voor stoomboten aan de Nol in Rijswijk. De goederen kwamen over water naar Rijswijk en de pakketten werden door de familie Baks bij de winkeliers thuisbezorgd. Jammer dat de aanlegplaats, aangepast aan de behoefte van de tijd, niet in stand is gebleven. De boten van rederijen uit Heusden en ’s Hertogenbosch meerden te Rijswijk af. Zij onderhielden diensten tussen ’s Hertogenbosch, Gorinchem en Rotterdam. De familie Baks gebruikte voor het vervoer de hondenkar.

In het  handelsverkeer heeft ook weegbrug Élk het zijne’aan de Nol te Rijswijk een functie vervuld. Veel is er weg dat een ontluistering van het dorp is. Bekende bodediensten waren ook Clement uit Wijk en Aalburg, Straver uit Andel en Van Hofwegen uit Almkerk. Hun plaats werd later overgenomen door Van Gend en Loos.

Aan de onderweg te Rijswijk zat vroeger ook nog de horlogemaker Jacob van Tilborg. Zijn werkplaats is verbouwd tot woonhuis. Arie van Vugt woont in het huis. Aan de Maasdijk aan het boveneind hadden we kleermaker Goselinus van Herpen en kleermaker- barbier Jacob van Herpen.